Wat leven we toch in een kleine wereld. Hoe vaak heb je deze uitspraak zelf ooit gebezigd? En als je hem zelf nog nooit hebt gebruikt, heb je hem vast wel eens horen gebruiken door een ander. Op zich is die uitspraak natuurlijk onzin. Er leven bijna zeven miljard mensen op deze wereld, die ongeveer 510 miljoen vierkante kilometer beslaat (bron: wikipedia, dus uiterst onbetrouwbaar). Dat zou ik niet klein willen noemen. Natuurlijk wordt deze uitspraak dan ook niet letterlijk bedoeld. En zoals iedereen waarschijnlijk wel weet, maak je er gebruik van als je bijvoorbeeld in de rimboe van Brazilië toevallig je buurjongen uit je geboorteplaats tegenkomt die je al honderd jaar niet meer hebt gesproken. Dan zeg je: goh, wat is de wereld toch klein. Wat je bedoelt is: het is niet te geloven dat ik jou hier, op deze plek, tegen het lijf loop. De uitspraak kun je dus niet gebruiken als je je vader in de videotheek naar de porno-afdeling ziet lopen. Ik bedoel, de beste man heeft ook recht op zijn privacy, maar het is (zeker in mijn geval) niet te geloven dat ik hem daar tegen het lijf zou lopen. Het zou ook raar zijn. En gek. En lullig. Maar goed, je zou in elk geval niet zeggen dat we in een kleine wereld leven. Wat ook klopt, want dat leven we niet. Goed, dat voor wat betreft het gebruik van de uitspraak.
-
Waarom begin ik hierover? Omdat als je in het buitenland zit iedereen elkaar lijkt te kennen. En je komt elkaar op de raarste plekken tegen. Natuurlijk, ik werk in een Nederlandse bar, dus er komen veel Nederlanders over de vloer, dus de kans dat een van die Nederlanders weer iemand kent die ik ook ken, is groter dan als je pak ‘m beet in een Spaanse kroeg achteraf werkt. Ok. Maar dat in ogenschouw genomen, wil ik hier toch een paar kleine anekdotes met jullie delen.
-
Zo was ik eind vorige maand even terug in Nederland. Ik loop een kroeg binnen in Amsterdam, aangezien een vriendin van mij daar werkt. Die avond was ze vrij, dus ik wil weglopen, hoor ik iemand mijn naam zeggen. Zit naast mij een meisje die twee weken eerder nog in Barcelona een paar dagen bij mij aan de bar in Nakupenda had gehangen. Een vriendin van iemand die in Barcelona woont, die ik ook weer ken. En die loop ik dan op de eerste dag van mijn verblijf in NL ergens in Amsterdam tegen het lijf. Toevallig.
Tweede dag in Amsterdam. Ik loop naar de Nieuwmarkt, omdat ik even wat herinneringen wil ophalen aangezien ik daar woonde voordat ik naar Barcelona ging. Ik loop wat rond en wil richting mijn slaapplaats gaan, als ik voor de deur van een bar aan de Nieuwmarkt in de ogen kijk van een meisje dat me heel bekend voorkomt. Ik weet het even niet, maar dan zegt zij het magische woord: Nakupenda! Hoe kan het ook anders. Ze blijkt het nichtje te zijn van iemand die in Barcelona heeft gewoond en die onderdeel maakte van de Nederlandse kliek hier. Toevallig.
Dag drie van mijn verblijf in Amsterdam wordt het nog spannender. Ik heb afgesproken met twee vrienden in een kroeg op de Nieuwmarkt. En wie komt daar binnenlopen? Anna. Anna is een Duits meisje die begin vorige maand uit Barcelona was vertrokken en voor die tijd in de Icebar (aan het strand) had gewerkt. Wij Nederlanders gingen geregeld naar de Icebar en trokken redelijk vaak met haar op. Ik wist dat ze in Amsterdam was, maar hoe toevallig is het dat ze van alle kroegen die daar zijn, degene uitkoos waar ik met mijn vrienden zat. Om te plassen. Ik zeg: toevallig.
-
Nog twee voorbeelden. Een vriendin van mij uit Amsterdam stuurde mij een paar maanden geleden een mailtje met de vraag of ik een vriend van haar, die een á twee maanden naar Barcelona zou komen, aan werk kon helpen. Ik had rondgevraagd, niets gevonden, einde verhaal. Dacht ik. In augustus komt zij naar Barcelona en op de vierde dag komt zij met een jongen naar mijn bar. Die gozer is al een maand in de stad, was ik al een paar keer mee wezen stappen, zat geregeld bij mij aan de bar en ging met een heleboel vrienden van mij om. Ik kende hem dus al. Dus ik denk: waarom loopt zij met hem. En wat komen ze hier doen. Ik begroet haar en dan blijkt die jongen haar vriend te zijn waarvoor ze mij gemaild had. Toevallig. En…afgelopen week kwamen er twee meisjes aan de bar. Eerst zondag, toen woensdag en toen donderdag. Blijkt nou, een van die meisjes is weer een van de beste vriendinnen van die jongen. Toevallig.
-
Nog eentje, om het af te leren. Ik werk bij Nakupenda eigenlijk altijd samen met Erik, de eigenaar. Hij is een echte Hagenees. Goed. Ik had ooit een vriendinnetje die een vriend had die werkte als stand up comedian. Ik had die grappenmaker een paar jaar eerder ook al eens gezien, aangezien een andere vriendin van mij werkte bij het Comedy Theater in Amsterdam, en ik toen met haar en hem en nog tien anderen tot zes uur in een kroeg op de Prinsengracht was beland. Ik vond het dus al grappig dat mijn vriendinnetje vrienden was met hem. Het ging uit met mijn vriendinnetje en ik ging naar Barcelona. Was het afgelopen zaterdag Erik’s verjaardag en zes vrienden kwamen hem opzoeken. En je raadt het al, een van die vrienden was die stand up comedian. Toevallig.
-
Goed. Tot zover mijn ‘de wereld is klein’-anekdotes. Hoe gaat het verder? Lekker. Ik ben voor de zoveelste keer gerold of beroofd of hoe je het ook wil noemen. Gezellig op het strand om een uurtje of half elf. Tas naast me. Even niet opletten (lees: ogen dicht genieten van de zee) en zonder iets te horen of te merken blijkt twee minuten later mijn tas met twee telefoons, nieuwe zonnebril (tien dagen eerder gekregen voor mijn verjaardag) en sleutels weg te zijn. Ok, stom. Ik had die tas uberhaupt niet mee moeten nemen en die mobieltjes en sleutels gewoon in mijn broek moeten stoppen. En een zonnebril heb je om half elf ’s avonds ook niet echt nodig. Maar dan nog. Het kost je een halve minuut om vanaf de boulevard naar de zee te lopen, een halve minuut om terug te lopen en dan krijg je het voor elkaar om in twee minuten mijn tas te stelen. Niet dat het hele kostbare spullen waren, maar het feit dat die gasten je als lange, blonde buitenlander gewoon in de gaten lopen te houden. Bah! De teller staat nu op 1 camera, 3 telefoons, 1 zonnebril, 1 tas, 1 set sleutels en 1 fiets. En dat in acht maanden tijd. Ik zeg: ik ben die ontgroeningsperiode nu toch wel voorbij? (zie eerdere update: http://jwgoesspain.web-log.nl/jw_in_barcelona/2009/04/ontgroening-in.html). Verder gaat het goed. Ik heb mijn 29e verjaardag hier gevierd en vermaak me nog prima bij een temperatuur van ruim 20 graden J. Oh ja, en iedereen die aan me gedacht heeft op mn verjaardag: bedankt voor de felicitaties!!!
Toen ik mn zonnebril nog wel had…:(
Verjaardagscadeau vrienden & collega’s Nakupenda
Ik hoop met jullie ook alles goed in het koude Nederland! Take care…
-
Gegroet,
-
JW
-
Ps. Natuurlijk heb ik, zoals een goed journalist betaamd, de cijfers van wikipedia over de oppervlakte van de wereld en het aantal bewoners even gedubbelcheckt…en het schijnt te kloppen.